dinsdag 25 augustus 2015

Zelfs Alexander wist het.......



Het ging allemaal zo anders dan Alexander gedacht had. De belegering van Tyrus duurde nu al maanden. Veel langer dan hij gedacht had. Zijn belegeringstorens waren in de brand geschoten, zijn aanvalsbrug was nog maar halverwege. En tot overmaat van de ramp hoorde hij dat koning Darius onderweg was om hem aan te vallen. Allemaal niet echt leuk. Maar wat hem het meest frustreerde was de brief die op zijn schoot lag. In de brief schreef de hogepriester van Jeruzalem dat hij Alexander niet te hulp kon komen vanwege het verdrag dat er was tussen Jeruzalem en Darius. Het maakte Alexander woedend, en hij besloot om, zodra hij Tyrus had ingenomen naar Jeruzalem te gaan. Hij zou die hogepriester laten zien wie de machtigste was op aarde.


Ondertussen maakte de hogepriester in Jeruzalem, Jaddus was zijn naam,  zich grote zorgen. Natuurlijk had hij een verdrag met Darius, maar de berichten die hem bereikten waren onduidelijk. Hij werd er onzeker van. Alexander zat bij Tyrus en Darius bij Damascus, allebei in de buurt van Jeruzalem. Stel dat Darius niet won. Stel dat Alexander won? Of erger nog, stel dat Alexander eerst naar hem toe kwam en daarna pas tegen Darius op zou trekken.


En precies zoals Jaddus vreesde, zo gebeurde het. Na 7 lange maanden van beleg, veroverde Alexander Tyrus. Het was een verschrikkelijk beleg geweest, met vele doden aan beide kanten. Er waren veel gewonden en duizenden mensen werden als slaaf afgevoerd. En toch kon de weigering van de hogepriester Alexander niet loslaten. Bijna direct na zijn verovering van Tyrus maakte Alexander zich op om op te trekken naar Jeruzalem. Om de hogepriester een lesje in nederigheid te leren. En met hem mee trok een bonte verzameling van mensen die maar wat graag mee wilde maken hoe de hogepriester van de Joden te schande gemaakt zou worden. Misschien konden ze hem zelfs wel laten martelen of doden?


Het nieuws van Alexanders naderende komst had Jeruzalem binnen een paar dagen bereikt. Jaddus was geschrokken, dit had hij niet verwacht. Dit was de slechtste van zijn opties. Alexander die wraak kwam nemen. Wat moest hij nu? Hij kon maar één ding bedenken, één ding zou hem rust brengen. Hij zou het bij God brengen, in de tempel! God zou helpen!

En zo gebeurde het! Die nacht had Jaddus goed geslapen, hij had een droom gehad. In de droom had God hem verteld dat alles goed zou komen. De hele stad moest Alexander tegemoet trekken en hij moest zelf als hogepriester gekleed gaan. 


Ondertussen was Alexander Jeruzalem genaderd. Hij werd gevolgd door allerlei mensen die graag wilde zien hoe de hogepriester een lesje werd geleerd. Ze zagen de stoet van de mensen uit Jeruzalem op hen afkomen. Aan het hoofd liep Jaddus, de hogepriester, en daar achter alle priesters in hun mooiste linnen. De mensen waren allemaal feestelijk aangekleed.

Jaddus trad op Alexander toe en wilde een diepe buiging maken, maar juist op dat moment viel Alexander op zijn knieën. Hij was in aanbidding! Hij prevelde wat, maar bleef op de grond liggen. De omstanders begrepen er niks van, net als Jaddus, die snapte er niks meer van. Hij zou moeten knielen voor deze Alexander, maar nu ging het precies omgekeerd.

Alexander werd omhoog geholpen en zag alle vragende gezichten. De mensen die Jaddus wilden vernederen vroegen waarom Alexander geknield was voor deze man? Hij antwoordde en zei: Ik kniel niet voor deze man, maar voor de naam die op zijn Mijter geschreven staat. Toen ik in Macedonie was, had ik een droom. In die droom vertelde een man mij dat ik met een gerust hart tegen Perzië kon optrekken. Mij zou de overwinning gegeven worden. Ik zou veroveraar van de hele wereld worden. En in die droom had die man een mijter op met dezelfde naam als deze  hogepriester, die nu voor me staat! Voor deze naam viel ik in aanbidding neer.


Vanaf die dag stonden de Joden van Jeruzalem op goede voet met Alexander. Alexander die wij later de Grote zijn gaan noemen. Ze namen hem mee naar de tempel en lieten hem alle profetieën zien die betrekking hadden op hem. Alexander bracht een offer in de tempel en werd een vriend van de Joden. Hij stelde ze vrij van allerlei belastingen en ze mochten volgens hun eigen wetten leven.


Het bovenstaande verhaal heb ik niet zelf verzonnen, maar het is te lezen in “De oude Geschiedenis van de Joden”van Flavius Josephus 1. Een boekwerk waarin Flavius Josephus de geschiedenis van de Joden vanaf de schepping tot aan zijn tijd, ± 94 NC  verteld.


Wat mij trof in dit verhaal, is het feit dat Alexander de Grote, de grootste veroveraar uit de geschiedenis, buigt voor de naam van God. Op de Mijter van de hogepriester stonden op een gouden plaat de 4 Hebreeuwse letters,
hwhy, Yehovah, de naam van God. De naam die over heel de aarde bekend zou worden door de daden die God, Yehovah, deed toen Hij het volk Israel uit Egypte leidde. Die naam was nog bekend in de dagen van Alexander de Grote. En Alexander kende die naam ook. Alexander wist precies van wie hij zijn macht gekregen had.



Door het hele werk van Josephus heen lees je dat ook de Babylonische koningen en later de koning van de Meden en Perzen dit wisten. Nebukadnezar 2, Cyrus 4, Xerxes I 6, Artaxerxes I 7 en Darius I 5, allemaal weten ze dat God, Yehovah, degene is die de macht verdeeld.


Ik vind dat een geruststellende gedachte! Zeker in deze tijd, waarin de machten op Aarde zich aan het roeren zijn. Als ik Psalm 2 lees, dan lees ik dat de koningen van de aarde zullen buigen voor God, hwhy en Zijn gezalfde, Zijn Messias.  Zouden Obama, Poetin, Assad en al die andere dat beseffen? Dat er één is die alle macht in handen heeft? Alexander wist dat wel!




hwhy onze God en koning tot in eeuwigheid! Bij Hem mogen wij schuilen.



1)  Flavius Josephus, De oude geschiedenis van de joden boek XI 321

2)  Boek X 217 Nebukadnezar vraagt aan God of hij weer koning mag zijn

3)  Boek X 263 Darius stuurt een schrijven rond waarin hij God de ware en almachtige God noemt

4)  Boek XI 3 Cyrus erkent dat God hem heeft aangesteld als koning

5)  Boek XI 119 Darius I vraagt de Joden tot God te bidden voor hem.

6)  Boek XI 120 Xerxes I erft de vroomheid voor en de  verering van God van zijn vader Darius

7)  Boek XI 279 Artaxerxes I, in het bijbelboek Esther Ahasveros genaamd, erkent dat God het rijk  voor hem en zijn voorouders heeft bewaard.

vrijdag 3 april 2015

……Yeshua…..?


Het zal je maar gebeuren, van de ene op de andere dag een andere naam! Denk je eens in, wat dat betekent. Wat er dan met je gebeurt? Ik ken mensen die hun naam hebben veranderd en ik kan me nog herinneren dat er ontzettend veel mensen waren die met vragen kwamen. Die vroegen waarom? In de bijbel gebeurt het ook een aantal keer, bekende en onbekende.

Jakob kreeg van God de naam Israël, Saulus werd ineens Paulus genoemd en Hosea werd ineens Jozua genoemd. Met name de laatste die is wat minder bekend. In numeri 13 kun je lezen dat Mozes de 12  verspieders het beloofde land instuurt. En terloops lees je dat hij de naam van Hosea, de zoon van Nun, in Jozua verandert! Het valt bijna niet op. En als je er niet op gewezen wordt dan lees je erover heen. Waarom zou Mozes dit doen? Een naam is heel belangrijk, een naam geeft je identiteit. Maar toch verandert Mozes Hosea zijn naam in Jozua.

En dat heeft een reden! In het nederlands is dit niet te zien, maar in het Hebreeuws wel. In het hebreeuws betekent de naam Hosea namelijk, ‘Hij redt!’ Mozes heeft veel geleerd en hij weet wie er redt en wil Hosea deze les meegeven.  Mozes voegt daarom iets toe aan de naam Hosea. Hij combineert de naam van Hosea met de naam van God, YeHoVaH. Daardoor krijgt de naam de betekenis ‘YeHoVaH redt!’ In het Nederlands is dat niet te zien, maar in het hebreeuws wel. In het Hebreeuws klinkt de naam Jozua als YeHo-Shua. Waarin YeHo staat voor YeHoVaH en Shua staat voor redt. Gecombineerd krijg je dus dat YeHo-Shua betekent ‘YeHoVaH redt!’ . Met deze naam is Jozua het beloofde land binnen getrokken en ik denk dat Jozua heetf ervaren dat zijn naam de juiste betekenis heeft.
Zijn naam YeHo-Shua werd vaak afgekort naar Ye-Shua, vooral na de ballingschap. Jozua wordt door de bijbel heen zowel YeHo-Shua als Ye-Shua genoemd. 

Nu maken we een klein sprongetje in de tijd. Naar Jozef, die te horen krijgt dat Maria een zoon zal krijgen.  In Mat 1:21 lezen we: Zij zal een zoon baren en gij zult Hem de naam Jezus geven, want Hij is het, die zijn volk zal redden van hun zonden.  Let op, hij moet Hem de naam Jezus geven omdat Hij het volk zal redden. Kennelijk heeft Jezus iets te maken met redden? Hoe zit dat?
Rond het jaar 0 was er niemand in Israel die Jezus heette, simpelweg omdat Jezus geen Hebreeuwse naam is. Op verschillende wijzen is terug te herleiden dat Jezus dezelfde naam had als Jozua, de zoon van Nun. Hij heette Ye-Shua. Jezus, Ye-Shua, zijn naam betekende dus ‘YeHoVaH redt’. In één keer snap je nu waarom de engel tegen Jozef zegt wat hij zegt:

‘….en gij zult Hem Ye-Shua noemen, want Hij is het, die zijn volk zal redden van hun zonden.’ 

Jezus, Yeshua, Zijn naam geeft al aan wat God gaat doen. God is het namelijk die redt, niemand anders. Jezus liet dat zien, in Zijn leven, in Zijn sterven en in zijn opstanding. Er is er maar één die redt. Net als Mozes wist Jezus dit. 
Op de Shabbat, toen Jezus opstond en Maria Hem later zag en riep: ‘Mijn Heer, Yeshua!’ Ik denk dat Jezus heeft geantwoord en gezegd heeft: ‘Ja Maria, YeHoVaH redt!!’ 

Dat is voor mij de boodschap die gelegen is in Jezus zijn naam. Het gaat me er niet om om te zeggen Jezus is fout en Yeshua is goed. Het gaat me er ook niet om om kennis te etaleren, want die heb ik niet. Ik wil alleen datgene delen, waar ik  blij van ben geworden. Dingen waardoor ik mag zien dat Gods Woord zo mooi in elkaar steekt. 

Ik wil het simpel houden, maar mocht ik het toch niet duidelijk hebben opgeschreven. Vraag het alsjeblieft.
Bovenal wil ik laten zien dat we een machtige God en Vader hebben, die doet wat Hij belooft. Dat deed Hij bij Mozes. Dat deed Hij bij zijn Zoon en dat doet Hij bij ons. 

YeHoVah, Koning voor altijd, YeHoVaH Hij redt, HalleluYah!